|
Jaap Gijs Dien leesplankje, uit 1917-1941 |
| Uitgeverij
J.B. Wolters wilde zoveel mogelijk profijt hebben van de succesvolle
leesseries van M.B Hoogeveen, Jan Ligthart en H. Scheepstra
en wilde deze ook voor het Nederlandstalige onderwijs in de
tropen geschikt maken. Omstreeks 1917 kwam deze speciale uitgave,
geillustreerd door Jetses. Om de sfeer te kunnen tekenen zocht
Jetses in boeken, foto’s en bezocht hij studenten die
in Nederlands-oost indië studeerden,bezocht een tentoonstelling
en gaf zijn ogen goed de kost. Deze
speciale uitgave bestaat uit een leesplankje met lettertjes
en een letterblikje. Een klassikale leesplank (met een vertelselplaat
hierop), 5 leesboekjes en een Handleiding voor het aanvankelijk
leesonderwijs. Voor het overzicht zoals deze in de Handleiding
staat kunt u hier
even kijken.
|
| Het
Leesplankje, het letterdoosje en de lettertjes.
Dit leesplankje begint met de woorden Jaap Gijs
Dien. Op het leesplankje staan 14 plaatjes. (Op het Aap Noot
Mies plankje staan 17 plaatjes)
Het plankje wordt geleverd met 48 lettertjes en 18 reserve lettertjes.
(De Aap Noot Mies uitgave bestaat uit 54 lettertjes).
Bij de Aap Noot Mies uitgaves werd een vertelselplaat geleverd.
In de Handleiding van de Aap Noot Mies uitgaves werd het verhaal
beschreven, welke de leraar bij de vertelselplaat kon vertellen.
Bij de Jaap Gijs Dien uitgave was de vertelselplaat geen aparte
losse schoolplaat, maar deze was op de klassikale leesplank
gemonteerd. De vertelselplaat werd niet als ondersteunend component
van deze uitgave gezien. In de indische handleiding staat dus
ook niet het begeleidende verhaal van de vertelselplaat. Wel
is er een paragraaf opgenomen, die de leraar kan gebruiken om
iets over de figuren op het leesplankje te vertellen. Een dergelijk
verhaal komt bij de Aap Noot Mies handleidingen weer niet voor...
Het verhaal bij het leesplankje kunt u hier
bekijken. (blz 32) |
 |
|

Tekst uit: Handleiding voor het Aanvankelijk Leesonderwijs 1923
blz 37
|
De
afmeting van de lettertjes is (net als bij de Aap Noot Mies uitgave)
2 cm hoog. De breedte van de kaartjes varieerd afhankelijk van
de letter of lettercombinatie. Ook staat op deze lettertjes een
zwarte streepje zodat goed duidelijk is, wat de onderkant van
de lettertjes is. Een groot verschil met de Aap Noot Mies uitgave
is dat de lettertjes aan de achterkant zijn voorzien van een rode,
witte of blauwe kleur. |
| Het
indische leesplankje werd uitgegeven met een blikken letterdoosje,
welke was verdeeld in vier vakjes. De bodem van de vakjes is
rood, wit of blauw. Zodoende kunnen de lettertjes met de rode
achterkant van de eerste rij, gemakkelijk in het linker vakje
worden geschoven. De lettertjes met de witte achterkant van
de tweede rij van het leesplankje, in het tweede vakje en de
lettertjes met de blauwe achterkant van de derde rij in het
derde vakje. Het vierde vakje was bestemd voor de reserve lettertjes.
|
|
 |
|
|
Tekst
hiernaar is uit: "Voorwoord" uit de indische handleiding. |
De
Klassikale Leesplank.
Zoals hierboven al
was vermeld was de klassikale leesplank aan de bovenzijde van
een vertelselplaat voorzien en werd deze plaat niet als wezenlijk
onderdeel van deze uitgave beschouwd. De plaat kon er worden
uitgeschoven. Typisch kenmerk van de klassikale leesplank zijn
de mooie ronde vormen van de plank. De illustraties zijn gemaakt
door Jetses. Vanaf ongveer 1920 werden er jaarlijks niet meer
dan 40 exemplaren verkocht, terwijl in de jaren 30 de aantallen
onder de 10 bleven. In totaal zijn er 300 stuks bij scholen
afgeleverd.
|
 |
Tekst hierboven is
uit: "Opmerking vooraf" uit de indische handleiding |
Tekst hierboven is
uit: Blz 12 uit de indische handleiding |
| |
|
|
5
leesboekjes : Deze
uitgave bestond uit 5 leesboekjes gemaakt door A. F. Ph. Mann.
A.F.Ph. Mann was het hoofd van een lagere school in Batavia. Hem
werd gevraagd de verschillende uitgaven van de puur Hollandse
uitgaves van de leesboekjes te 'verindischen'. Het was noodzakelijk
dat het Hollandse karakter verdween en dat de verhaaltjes zich
tegen een Indisch decor gingen afspelen. Het is verbazingwekkend
te zien hoe hij dit heeft weten te verwezenlijken en hoe hij die
oer-Hollandse verhalen tropisch heeft ingekleurd. |
| Handleiding
voor het onderwijs in het aanvankelijk lezen:
De
handleiding bestaat uit zo'n 180 bladzijden. In deze handleiding
staan de lesmaterialen en hoe hier les mee te geven beschreven.
Kenmerkend eigenschap voor deze handleiding is de rode kaft.
|
De
tweede druk van de Handleidng |
De
derde druk van de Handleidng |
Zoals
u op deze pagina kunt zien ben ik een echte verzamelaar en liefhebber,
dus heeft u iets van Hoogeveen's leesmethode, neem dan graag
even contact met me op via info@leesplankje.com.
Ik ben met name geïnteresseerd in alles van Raam Roos Neef
en Jaap Gijs Dien en zou hier zeer blij mee zijn! |
|